Impingement syndroom – Den Haag

Impingement syndroom

Impingement syndroom

Schouder impingement

Foto Schouder impingementFoto Schouder impingementFoto Schouder impingement

Bij een impingement syndroom wordt weefsel dat zich onder het schouderdak bevindt ingeklemd tussen de schouderkop en het schouderdak. De pijn die hierdoor ontstaat wordt voornamelijk gevoeld bij het heffen van de arm.

Het woord ‘impingement’ is een verwarrende term. Het betekent letterlijk ‘botsing’ maar wordt in het geval van een impingement syndroom meestal vertaald als ‘inklemming’.

Beschrijving van de aandoening

Het schoudergewricht bestaat onder andere uit het schouderblad en het bovenarmbeen (de humerus). Vanuit het schouderblad vormt zich het schouderdak, wat bestaat uit het acromion, het coracoacromiale ligament en de processus coracoideus. Het schouderdak bevindt zich boven de kop van de humerus.

Tussen het schouderdak en de kop van de humerus bevinden zich spieren, pezen en slijmbeurzen. Bij een impingement syndroom raken een of meer van deze structuren ingeklemd doordat de kop van de humerus te ver naar boven toe verplaatst tegen het schouderdak aan. Dit kan verschillende oorzaken hebben.

Oorzaak en ontstaanswijze

De inklemming kan ten eerste veroorzaakt worden doordat structuren onder het schouderdak gaan zwellen of extra ruimte innemen. Hierdoor raken zij eerder bekneld wanneer de bovenarm geheven wordt.

Een tweede oorzaak kan gezocht worden in een verkleining van de ruimte onder het schouderdak doordat de humerus te ver naar boven toe verplaatst. Dit kan onder andere gebeuren als de ‘rotatorcuff’ spieren in de schouder niet goed functioneren.

Ook kan het schouderdak een ongunstige vorm hebben waardoor de ruimte eronder (de subacromiale ruimte) kleiner is en er dus sneller een inklemming ontstaat.

Klachten en verschijnselen

Omdat een impingement syndroom verschillende oorzaken kan hebben, zijn de klachten die daarbij optreden niet voor elke patiënt gelijk. Typische kenmerken zijn pijn aan de buitenzijde van de schouder, soms uitstralend naar de bovenarm en in ernstige gevallen tot in de hand.

De pijn ontstaat bij het heffen van de arm. Deze wordt vaak gevoeld in het bewegingstraject rond de 90 graden (zie afbeelding, bewegingstraject-B). Ook het einde van de beweging kan pijnlijk zijn. Daarnaast ervaart de patiënt pijn bij draaibewegingen van de bovenarm en het heffen van de arm tegen weerstand.

Behandeling

De behandeling is er op gericht de pijn te verminderen en de beweeglijkheid en de spierfunctie te verbeteren. Men probeert de subacromiale ruimte te vergroten en zo de aangetaste structeren te ontlasten. Het trainen van de rotatorcuff spieren kan hierbij een belangrijke rol spelen. Daarnaast kunnen er stretch- en rekoefeningen toegepast worden om de spierlengte van verkort spierweefsel te normaliseren.

Als (acute) hevige pijn op de voorgrond staat, dan kan de huisarts of specialist er voor kiezen een corticosteroïden injectie toe te dienen (ontstekingsremmers).

Met de fysiotherapeutische behandeling verwacht men, afhankelijk van de aard en het doel van de behandeling, binnen 6 tot 12 weken een effect op de pijn en/of de beweeglijkheid. Indien dit niet het geval is, een injectie geen uitkomst biedt en de klachten ernstig zijn, dan kan operatief ingrijpen overwogen worden.

« Terug naar het overzicht